Strafrecht overig
Telen (art. 3.B Opiumwet) en aanwezig hebben (art. 3.C Opiumwet) van hennep en diefstal, meermalen gepleegd…
Hoge Raad, 13 september 2022
ECLI:NL:HR:2022:1205 · Hoge Raad · 13 september 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2022-1205
Zaakgegevens
Op 13 september 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 13 september 2022
- Datum publicatie
- 14 september 2022
- Zaaknummer
- 21/03808
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2022:1205
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Telen (art. 3.B Opiumwet) en aanwezig hebben (art. 3.C Opiumwet) van hennep en diefstal, meermalen gepleegd (art. 310 Sr). Hof heeft verdachte n-o verklaard in zijn hoger beroep, omdat het te laat is ingesteld, nu e-mailbericht van raadsvrouw op laatste dag van appeltermijn (om 17:09 uur) na sluitingstijd van strafgriffie Rb is verstuurd, art. 408.1.b Sv. 1. Verontschuldigbare termijnoverschrijding op de grond dat sprake is van ‘manifest failure’ van raadsvrouw en h.b. ook tijdig per fax is ingesteld? 2. Heeft hof verzuimd te beslissen op verzoek tot verrichten van nader onderzoek naar faxbevestiging bij strafgriffie Rb?
HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 21/03809 P.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 5 juli 2022
ECLI:NL:PHR:2022:662Hoge Raad · 13 september 2022deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2022:1205
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/03808
Datum 13 september 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 25 augustus 2021, nummer 21-000791-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.F.W. van 't Hullenaar, advocaat te Arnhem, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 september 2022.