Strafrecht overig

Caribische zaak. Schietpartij in Sint-Maarten. Poging tot doodslag door op de openbare weg in een druk…

Hoge Raad, 20 september 2022

Zaakgegevens

Op 20 september 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20 september 2022
Datum publicatie
20 september 2022
Zaaknummer
21/04394 C
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:1261
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Caribische zaak. Schietpartij in Sint-Maarten. Poging tot doodslag door op de openbare weg in een druk uitgaansgebied van Sint Maarten, te midden van het uitgaanspubliek, te schieten in de richting van het slachtoffer (art. 2:259 jo. 1:119 SrStM) en voorhanden hebben van vuurwapen en munitie (art. 3.1 Vuurwapenverordening). 1. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt t.a.v. betrouwbaarheid van herkenningen van verdachte door twee verbalisanten o.b.v. videobeelden. 2. Motivering bevel tot gevangenneming. 3. Ontbreken dan wel niet tijdig aanvullen van de bewijsmiddelen bij het vonnis van hof, art. 406.2 jo. 402.1 SvStM.

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 21/04392 C.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 21 juni 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:599
  2. Hoge Raad · 20 september 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:1261

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/04394 C

Datum 20 september 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 25 februari 2021, nummer H 1/2020, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft C. Reijntjes-Wendenburg, advocaat te Valkenswaard, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden vonnis, maar uitsluitend wat de duur van de opgelegde gevangenisstraf betreft, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het cassatieberoep voor het overige.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 september 2022.