Strafrecht overig

Passieve omkoping (art. 328ter Sr), valsheid in geschrift (art. 225 Sr) en gewoontewitwassen (art. 420ter…

Hoge Raad, 27 september 2022

Zaakgegevens

Op 27 september 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27 september 2022
Datum publicatie
23 september 2022
Zaaknummer
20/00213
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:1286
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Passieve omkoping (art. 328ter Sr), valsheid in geschrift (art. 225 Sr) en gewoontewitwassen (art. 420ter Sr). Middelen over bewijsvoering en over verwerping verweer strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring OM dan wel strafvermindering, omdat OM aan verdachte onrechtmatig ‘transactieaanbod’ zou hebben gedaan. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 19/05975 en 20/00214.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 21 december 2021

    ECLI:NL:PHR:2021:1213
  2. Hoge Raad · 27 september 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:1286

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 20/00213

Datum 27 september 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 18 december 2019, nummer 21-002947-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1949,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft Th.J. Kelder, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf en tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van veertien maanden.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

- vermindert deze in die zin dat deze dertien maanden beloopt;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma, M.J. Borgers, C. Caminada en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 september 2022.