Strafrecht overig

Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. diefstal (art. 310 Sr) en lokaalvredebreuk (art. 138.1 Sr)…

Hoge Raad, 8 maart 2022

Zaakgegevens

Op 8 maart 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
8 maart 2022
Datum publicatie
3 februari 2022
Zaaknummer
21/01348
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:130
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. diefstal (art. 310 Sr) en lokaalvredebreuk (art. 138.1 Sr). Verstekverlening. 1. Hof heeft ten onrechte geen onderzoek gedaan naar reden afwezigheid raadsman. 2. Hof heeft ten onrechte geoordeeld dat niet zou zijn gebleken van enig rechtens te beschermen belang dat is gediend met inhoudelijke afdoening van de zaak in h.b., nu in reclasseringsadvies wordt geadviseerd de eerder voorwaardelijk opgelegde straf niet ten uitvoer te leggen. HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Gravenhage · 14 juli 2009

    ECLI:NL:GHSGR:2009:BJ4215
  2. Conclusie A-G · 18 januari 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:36
  3. Hoge Raad · 8 maart 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:130

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/01348

Datum 8 maart 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 18 maart 2021, nummer 20-000645-20, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben A.B.E. van Kan en A. Cinar, beiden advocaat te Heerlen, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman Van Kan heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 maart 2022.