Strafrecht overig

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op telefoon onder klager n.a.v. Europees onderzoeksbevel van Duitse…

Hoge Raad, 27 september 2022

Zaakgegevens

Op 27 september 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
27 september 2022
Datum publicatie
26 september 2022
Zaaknummer
22/01257 Br
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:1320
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Beklag, beslag ex art. 94 Sv op telefoon onder klager n.a.v. Europees onderzoeksbevel van Duitse autoriteiten. Blijkt uit het onderzoeksbevel van welke strafbare feiten klager wordt verdacht door de uitvaardigende autoriteiten? HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 30 augustus 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:852
  2. Hoge Raad · 27 september 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:1320

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/01257 Br

Datum 27 september 2022

BESCHIKKING

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 22 februari 2022, nummer RK 21/015060, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 5.4.10 in verbinding met artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend

door

[klager] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,

hierna: de klager.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft N. van Schaik, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 september 2022.