Strafrecht overig

Woningoverval, art. 312 Sr. Onrechtmatige toezegging aan medeverdachte door politie. Klacht over verwerping…

Hoge Raad, 4 oktober 2022

Zaakgegevens

Op 4 oktober 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
4 oktober 2022
Datum publicatie
30 september 2022
Zaaknummer
21/02093
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:1357
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Woningoverval, art. 312 Sr. Onrechtmatige toezegging aan medeverdachte door politie. Klacht over verwerping van verweer dat OM n-o moet worden verklaard in vervolging van woningoverval dan wel dat bewijsuitsluiting of strafverlaging moet volgen. HR: art. 81.1 RO met verwijzing naar HR:2022:1328.

Procesgang

  1. Rechtbank Midden-Nederland · 23 november 2018

    ECLI:NL:RBMNE:2018:5730
  2. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 12 mei 2021

    ECLI:NL:GHARL:2021:4616
  3. Hoge Raad · 4 oktober 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:1357

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/02093

Datum 4 oktober 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 mei 2021, nummer 21-006632-18, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat – mede gelet op de gronden die zijn vermeld in het heden uitgesproken arrest in de zaak 21/02248, ECLI:NL:HR:2022:1328 – deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 oktober 2022.