Strafrecht overig

Hof (enkelvoudige kamer) heeft verdachte niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen veroordeling…

Hoge Raad, 11 oktober 2022

Zaakgegevens

Op 11 oktober 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11 oktober 2022
Datum publicatie
11 oktober 2022
Zaaknummer
21/02991
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:1426
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Hof (enkelvoudige kamer) heeft verdachte niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen veroordeling t.z.v. te hard rijden (art. 62 jo. bord A1 RVV 1990), op de grond dat verdachte niet binnen 14 dagen nadat het verstekvonnis aan hem in persoon is betekend, hoger beroep heeft ingesteld, art. 408.2 Sv. Kon hof oordelen dat sprake is van ‘een geldige betekening in persoon’ bij deze ‘corona-betekening’, nu verstekvonnis volgens akte van uitreiking aan verdachte in persoon is uitgereikt maar verdachte t.g.v. Covid-19/Corona niet heeft getekend voor ontvangst van vonnis?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 30 augustus 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:769
  2. Hoge Raad · 11 oktober 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:1426

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/02991

Datum 11 oktober 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 8 juli 2021, nummer 23-000647-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.J. van der Aart, advocaat te Koog aan de Zaan, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 oktober 2022.