Strafrecht overig

Hof (enkelvoudige kamer) heeft verdachte niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen veroordeling…

Hoge Raad, 11 oktober 2022

Zaakgegevens

Op 11 oktober 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11 oktober 2022
Datum publicatie
11 oktober 2022
Zaaknummer
21/01750
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:1427
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Hof (enkelvoudige kamer) heeft verdachte niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen veroordeling t.z.v. onverzekerd rijden in motorrijtuig (art. 30.4 WAM), op de grond dat verdachte niet binnen 14 dagen na de uitspraak van het vonnis hoger beroep heeft ingesteld, art. 408.1.c Sv. 1. Had hof de dagvaarding in eerste aanleg nietig moeten verklaren en had hof daarom verdachte niet niet-ontvankelijk mogen verklaren in h.b.? 2. Kon hof beslissen om tegen verdachte verstek te verlenen in het licht van afwijzing van voorafgaand aan tz. in h.b. door verdachte gedaan aanhoudingsverzoek wegens ziekte?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 30 augustus 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:707
  2. Hoge Raad · 11 oktober 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:1427

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/01750

Datum 11 oktober 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 april 2021, nummer 21-004294-19, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft V.C. van der Velde, advocaat te Almere, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 oktober 2022.