Strafrecht overig

Belaging van ex-partner, meermalen gepleegd (art. 285b.1 Sr), huisvredebreuk (art. 138.1 Sr) en opzettelijk…

Hoge Raad, 11 oktober 2022

Zaakgegevens

Op 11 oktober 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
11 oktober 2022
Datum publicatie
11 oktober 2022
Zaaknummer
21/01558
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:1429
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Belaging van ex-partner, meermalen gepleegd (art. 285b.1 Sr), huisvredebreuk (art. 138.1 Sr) en opzettelijk in strijd handelen met een opgelegde gedragsaanwijzing (art. 184a Sr). Vordering benadeelde partij tot vergoeding van immateriële schade. Kon hof oordelen dat voldoende is gebleken dat b.p. als gevolg van de bewezenverklaarde feiten (i.h.b. belaging) immateriële schade in de vorm van aantasting in de persoon op ‘andere wijze’ a.b.i. art. 6:106.b BW heeft geleden?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 30 augustus 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:766
  2. Hoge Raad · 11 oktober 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:1429

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/01558

Datum 11 oktober 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 2 april 2021, nummer 23-004061-19, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.F. Ronday, advocaat te Mijdrecht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 oktober 2022.