Strafrecht overig

Executie-uitlevering van opgeëiste persoon (Turkse nationaliteit) naar Turkije, t.z.v. veroordeling voor…

Hoge Raad, 21 oktober 2022

Zaakgegevens

Op 21 oktober 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
21 oktober 2022
Datum publicatie
20 oktober 2022
Zaaknummer
22/01734
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:1495
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Executie-uitlevering van opgeëiste persoon (Turkse nationaliteit) naar Turkije, t.z.v. veroordeling voor verkrachting. Voltooide flagrante schending van art. 6 EVRM? HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 4 oktober 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:881
  2. Hoge Raad · 21 oktober 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:1495

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/01734 U

Datum 21 oktober 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag van 22 april 2022, nummer [001] , op verzoek van de Republiek Turkije tot uitlevering

van

[opgeëiste persoon] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1983,

hierna: de opgeëiste persoon.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft F.T.C. Dölle, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 oktober 2022.