Strafrecht overig

Mensenhandel, meermalen gepleegd (art. 273f Sr). Klachten over afwijzing verzoeken tot het horen van getuigen…

Hoge Raad, 1 november 2022

Zaakgegevens

Op 1 november 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
1 november 2022
Datum publicatie
31 oktober 2022
Zaaknummer
20/02140
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:1567
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Mensenhandel, meermalen gepleegd (art. 273f Sr). Klachten over afwijzing verzoeken tot het horen van getuigen en het voegen van stukken.

HR: art. 81.1 RO. Vervolg op ECLI:NL:HR:2022:801 (tussenarrest HR).

Procesgang

  1. Rechtbank Gelderland · 26 juni 2017

    ECLI:NL:RBGEL:2017:3281
  2. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 8 juli 2020

    ECLI:NL:GHARL:2020:5298

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Conclusie A-G · 12 april 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:333
  4. Hoge Raad · 7 juni 2022

    ECLI:NL:HR:2022:801
  5. Conclusie A-G · 13 september 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:801
  6. Hoge Raad · 1 november 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:1567

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 20/02140

Datum 1 november 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 juli 2020, nummer 21-003560-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1981,

hierna: de verdachte.

1 Verdere procesverloop in cassatie

1.1

De Hoge Raad heeft bij arrest van 7 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:801, geoordeeld dat het eerste en het tweede cassatiemiddel niet tot cassatie kunnen leiden. Bij dat arrest is de advocaat-generaal in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de overige cassatiemiddelen.

1.2

De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft bij aanvullende conclusie geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest maar uitsluitend wat betreft de hoogte van de opgelegde straf, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

1.3

De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het derde cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beoordeling van het vierde cassatiemiddel

3.1

Het cassatiemiddel klaagt dat in de cassatiefase de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM) is overschreden omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.

3.2

Het cassatiemiddel is gegrond. Bovendien doet de Hoge Raad uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Een en ander brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van 29 maanden.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

- vermindert deze in die zin dat deze 28 maanden beloopt;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 november 2022.