Strafrecht overig
Hennepteelt in door verdachte gehuurde flat (art. 3.B Opiumwet), aanwezig hebben van hennepplanten (art. 3.C…
Hoge Raad, 8 november 2022
ECLI:NL:HR:2022:1592 · Hoge Raad · 8 november 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2022-1592
Zaakgegevens
Op 8 november 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 8 november 2022
- Datum publicatie
- 8 november 2022
- Zaaknummer
- 21/01333
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2022:1592
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Hennepteelt in door verdachte gehuurde flat (art. 3.B Opiumwet), aanwezig hebben van hennepplanten (art. 3.C Opiumwet) en (gekwalificeerde) diefstal (art. 310 en 311.1.5 Sr). 1. Bewijsklacht telen en aanwezig hebben van 249 hennepplanten. Kan uit de bewijsvoering verantwoordelijkheid van verdachte voor de hennepkwekerij worden afgeleid? 2. Bewijsklacht betrokkenheid verdachte bij diefstal van elektriciteit en een watermeter.
HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Gerechtshof Den Haag · 16 maart 2021
ECLI:NL:GHDHA:2021:2893Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 20 september 2022
ECLI:NL:PHR:2022:1027Hoge Raad · 8 november 2022deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2022:1592
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/01333
Datum 8 november 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 16 maart 2021, nummer 22-000764-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1990,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft I.A. van Straalen, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 november 2022.