Strafrecht overig

Caribische zaak. Feitelijk leidinggeven aan opzettelijk niet onverwijld melden van een ongebruikelijke…

Hoge Raad, 8 november 2022

Zaakgegevens

Op 8 november 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
8 november 2022
Datum publicatie
8 november 2022
Zaaknummer
21/03193
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:1596
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Caribische zaak. Feitelijk leidinggeven aan opzettelijk niet onverwijld melden van een ongebruikelijke transactie, begaan door een rechtspersoon in Sint Maarten (art. 11 jo. 23.1 Landsverordening melding ongebruikelijke transacties). Bewijsklachten “feitelijk leidinggeven” en niet “onverwijld” doen van melding van de ongebruikelijke transactie.

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 21/03188 C en 21/03190 C.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 20 september 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:834
  2. Hoge Raad · 8 november 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:1596

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/03193 C

Datum 8 november 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 21 januari 2021, nummer H-75/19, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft C.W. Noorduyn, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 november 2022.