Strafrecht overig

Economische zaak. Medeplegen opzettelijk gebruik maken van valse invoices, meermalen gepleegd (art. 225.2…

Hoge Raad, 15 november 2022

Zaakgegevens

Op 15 november 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15 november 2022
Datum publicatie
10 november 2022
Zaaknummer
20/04316
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:1633
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Economische zaak. Medeplegen opzettelijk gebruik maken van valse invoices, meermalen gepleegd (art. 225.2 Sr), valsheid in geschrift door valse facturen op te nemen in administratie (art. 225.1 Sr) en deelname aan criminele organisatie die zich bezig houdt met omvangrijke valsheid in geschrift en witwaspraktijken tegen achtergrond van handel in illegaal vuurwerk uit China (art. 140.1 Sr), begaan door Duitse rechtspersoon. 1. Afwijzing van bij appelschriftuur gedaan en op tz. in hoger beroep gehandhaafd verzoek tot horen van 2 getuigen. 2. Bewijsklacht feit 1. Kon hof in bewijsvoering overwegingen wijden aan gedragingen van medeverdachten? 3. Bewijsklachten feit 1. Daderschap rechtspersoon en medeplegen. 4. Bewijsklachten feit 2. Overwegingen gewijd aan gedragingen van medeverdachten en toerekening opzet van directeur van verdachte aan verdachte. 5. Bewijsklachten feit 3. Kan verdachte deel uitmaken van samenwerkingsverband met eigen directeur, nu uit bewijsvoering blijkt dat verdachte met haar directeur moet worden vereenzelvigd? 6. Redelijke termijn in eerste aanleg. Kon hof oordelen dat redelijke termijn in e.a. met 18 maanden is overschreden i.p.v. met 2 jaren en 4 maanden? 7. Conclusiewisseling tussen raadsman verdachte en AG n.a.v. getuigenverzoek in appelschriftuur in het ongerede geraakt. 8. Onvolkomenheid bij beëdiging van een of meer raadsheren van hof ’s-Hertogenbosch die uitspraak hebben gewezen en AG die bij behandeling van zaak in hoger beroep betrokken is geweest, art. 5.2 en 6.2 Wet RO.

Ad 1., 2., 3.,4., 5., 6. en 7. HR: art. 81.1 RO.

Ad 8. Gelet op HR:2022:1438 behoeft dat geen verdere bespreking.

Samenhang met 20/04090 E, 20/04317 E, 20/04318 E, 20/04319 E, 20/04320 E en 20/04321 E.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 28 juni 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:629
  2. Hoge Raad · 15 november 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:1633

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 20/04316 E

Datum 15 november 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch, economische kamer, van 10 december 2020, nummer 20-001910-13, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur en aanvullende schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schrifturen zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.

De raadsvrouw heeft – na het verstrijken van de in artikel 437 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering bedoelde termijn – bij aanvullende schriftuur nog aan de orde gesteld dat bij de beëdiging van één of meerdere raadsheren die de bestreden uitspraak hebben gewezen en de beëdiging van de advocaat-generaal die bij de behandeling van de zaak in hoger beroep betrokken is geweest, zich een onvolkomenheid heeft voorgedaan. Gelet op het arrest dat de Hoge Raad op 21 oktober 2022, ECLI:NL:HR:2022:1438 heeft gewezen, behoeft dat geen verdere bespreking.

De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft bij conclusie en aanvullende conclusie geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 november 2022.