Strafrecht overig
Onthouden van nodige verzorging aan 19 (herders)honden in schuur, art. 2.2.8 Wet dieren. 1. Bewijsklachten…
Hoge Raad, 15 november 2022
ECLI:NL:HR:2022:1674 · Hoge Raad · 15 november 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2022-1674
Zaakgegevens
Op 15 november 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 15 november 2022
- Datum publicatie
- 16 november 2022
- Zaaknummer
- 21/01701
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2022:1674
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Onthouden van nodige verzorging aan 19 (herders)honden in schuur, art. 2.2.8 Wet dieren. 1. Bewijsklachten t.a.v. onthouden van ‘nodige verzorging’. Heeft hof stellingen van verdachte t.a.v. vervuiling, ammoniaklucht, ventilatie en verlichting, en onthouden van nodige verzorging toereikend gemotiveerd verworpen? 2. Strafmotivering (voorwaardelijke taakstraf van 20 uren en verbeurdverklaring van 19 honden). Afwijzing van verzoek om geldelijke tegemoetkoming bij verbeurdverklaring van honden, art. 33c.2 Sr.
HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 7 april 2021
ECLI:NL:GHSHE:2021:1128Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 27 september 2022
ECLI:NL:PHR:2022:855Hoge Raad · 15 november 2022deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2022:1674
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/01701
Datum 15 november 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 7 april 2021, nummer 20-002602-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1949,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben J.L. Baar en M.M. Kuyp, beiden advocaat te Laren, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M. Kuijer en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 november 2022.