Strafrecht overig

Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. weigeren medewerking te verlenen aan ademonderzoek, art. 163.2 WVW 1994…

Hoge Raad, 13 december 2022

Zaakgegevens

Op 13 december 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13 december 2022
Datum publicatie
16 november 2022
Zaaknummer
21/00250
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:1687
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. weigeren medewerking te verlenen aan ademonderzoek, art. 163.2 WVW 1994. Aanwezigheidsrecht, art. 36g.1.c Sv. Kon hof verstek verlenen tegen verdachte, nu geen afschrift van de dagvaarding voor de tz. in hoger beroep is verzonden naar het adres dat is opgegeven in de bijzondere volmacht tot instellen h.b., gelet op feit dat verdachte nadien zijn BRP-adres heeft gewijzigd?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 1 november 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:989
  2. Hoge Raad · 13 december 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:1687

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/00250

Datum 13 december 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 12 januari 2021, nummer 20-000465-18, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.J.J. van Rijsbergen, advocaat te Breda, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 december 2022.