Strafrecht overig

Medeplegen voorbereidingshandelingen hennepteelt door het opzettelijk voorhanden hebben van voorwerpen in een…

Hoge Raad, 13 december 2022

Zaakgegevens

Op 13 december 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13 december 2022
Datum publicatie
16 november 2022
Zaaknummer
21/00714
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:1689
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Medeplegen voorbereidingshandelingen hennepteelt door het opzettelijk voorhanden hebben van voorwerpen in een afgesloten, verhuurde kamer, art. 11a jo. 11.3 en 11.5 Opiumwet. 1. Bewijsklacht t.a.v. opzettelijk aanwezig hebben. 2. Bewijsklacht t.a.v. medeplegen. 3. Strafmotivering (taakstraf van 100 uren, subsidiair 50 dagen hechtenis, waarvan 40 uren voorwaardelijk). Vergissing hof t.a.v. mate van overschrijding redelijke termijn in hoger beroep?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 5 februari 2021

    ECLI:NL:GHARL:2021:1161
  2. Conclusie A-G · 1 november 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:1008
  3. Hoge Raad · 13 december 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:1689

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/00714

Datum 13 december 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 5 februari 2021, nummer 21-005092-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.P. Snorn, advocaat te Heerenveen, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 december 2022.