Strafrecht overig

Poging tot doodslag door een ander met scherp voorwerp in bovenlichaam te steken, art. 287 Sr. 1…

Hoge Raad, 22 november 2022

Zaakgegevens

Op 22 november 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22 november 2022
Datum publicatie
20 november 2022
Zaaknummer
21/02013
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:1714
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Poging tot doodslag door een ander met scherp voorwerp in bovenlichaam te steken, art. 287 Sr. 1. Bewijsklacht opzet. 2. Noodweer(exces). Heeft hof verwerping van beroep op noodweer(exces) toereikend gemotiveerd?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 10 mei 2021

    ECLI:NL:GHSHE:2021:3280
  2. Conclusie A-G · 4 oktober 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:893
  3. Hoge Raad · 22 november 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:1714

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/02013

Datum 22 november 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 10 mei 2021, nummer 20-001530-18, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben J.S. Nan en S.A.H. Vromen, beiden advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadslieden van de verdachte hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 november 2022.