Strafrecht overig

Profijtontneming, w.v.v. uit 7 hennepkwekerijen. 1. Post Keskin. Afwijzing (in tussenuitspraak en…

Hoge Raad, 29 november 2022

Zaakgegevens

Op 29 november 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
29 november 2022
Datum publicatie
25 november 2022
Zaaknummer
21/01797
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:1760
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Profijtontneming, w.v.v. uit 7 hennepkwekerijen. 1. Post Keskin. Afwijzing (in tussenuitspraak en einduitspraak) van bij appelschriftuur gedaan, ttz. in hoger beroep gehandhaafd en op latere tz. in h.b. herhaald verzoek tot horen van 6 getuigen op de grond dat verzoek tot horen van 6 getuigen ‘onvoldoende is onderbouwd’. 2. Kon hof aannemelijk achten dat betrokkene over een langere periode dan bewezenverklaarde periode wederrechtelijk voordeel heeft genoten?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 20 april 2021

    ECLI:NL:GHARL:2021:3777
  2. Conclusie A-G · 11 oktober 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:1125
  3. Hoge Raad · 29 november 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:1760

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/01797 P

Datum 29 november 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 20 april 2021, nummer 21-001100-16, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste

van

[betrokkene] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984,

hierna: de betrokkene.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft R. Zilver, advocaat te Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 november 2022.