Strafrecht overig
Beroepsmatige hennepteelt (art. 3.B jo. 11.3 Opiumwet) en diefstal van elektriciteit d.m.v. verbreking (art…
Hoge Raad, 6 december 2022
ECLI:NL:HR:2022:1766 · Hoge Raad · 6 december 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2022-1766
Zaakgegevens
Op 6 december 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 6 december 2022
- Datum publicatie
- 28 november 2022
- Zaaknummer
- 21/02379
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2022:1766
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beroepsmatige hennepteelt (art. 3.B jo. 11.3 Opiumwet) en diefstal van elektriciteit d.m.v. verbreking (art. 311.1.5 Sr). 1. Bewijsklacht hennepteelt en diefstal. Voldoende bewijs voor betrokkenheid van verdachte? 2. Bewijsklacht hennepteelt en diefstal. Kan bewezenverklaarde periode uit bewijsmiddelen worden afgeleid?
HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 21/02381 P (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, betrokkene n-o).
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 26 mei 2021
ECLI:NL:GHSHE:2021:1528Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 18 oktober 2022
ECLI:NL:PHR:2022:912Hoge Raad · 6 december 2022deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2022:1766
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/02379
Datum 6 december 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 26 mei 2021, nummer 20-003429-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J.W. Heemskerk, advocaat te Roermond, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Een aanvulling op de schriftuur is pas bij de griffie van de Hoge Raad ingekomen nadat de daartoe in de wet gestelde termijn was verlopen. De Hoge Raad zal daarom op deze aanvulling geen acht slaan.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 december 2022.