Strafrecht overig

Poging oplichting m.b.t. verkoop vaartuig (art. 326.1 Sr) en witwassen vaartuig (art. 420bis.1.a Sr)…

Hoge Raad, 13 december 2022

Zaakgegevens

Op 13 december 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
13 december 2022
Datum publicatie
8 december 2022
Zaaknummer
20/04309
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:1831
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Poging oplichting m.b.t. verkoop vaartuig (art. 326.1 Sr) en witwassen vaartuig (art. 420bis.1.a Sr). Klachten over bewezenverklaring witwassen, i.h.b. het bestanddeel “uit enig misdrijf afkomstig”.

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 23 december 2020

    ECLI:NL:GHSHE:2020:4081
  2. Conclusie A-G · 1 november 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:1010
  3. Hoge Raad · 13 december 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:1831

    Bekrachtiging/bevestiging

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 20/04309

Datum 13 december 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 23 december 2020, nummer 20-003649-18, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1959,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.A.A.P. van Hees, advocaat te Breda, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

Een aanvulling op de schriftuur is pas bij de griffie van de Hoge Raad ingekomen nadat de daartoe in de wet gestelde termijn was verlopen. De Hoge Raad zal daarom op deze aanvulling geen acht slaan.

De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 december 2022.