Strafrecht overig

Diefstal (d.m.v. braak), art. 311.1.5 en 310 Sr. 1. Aanhoudingsverzoek gemachtigde raadsman ttz. in hoger…

Hoge Raad, 20 december 2022

Zaakgegevens

Op 20 december 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
20 december 2022
Datum publicatie
20 december 2022
Zaaknummer
20/04415
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:1909
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Diefstal (d.m.v. braak), art. 311.1.5 en 310 Sr. 1. Aanhoudingsverzoek gemachtigde raadsman ttz. in hoger beroep op de grond dat hij niet weet waarom verdachte niet is verschenen en dat verdachte mogelijk niet van zitting op de hoogte is, door hof afgewezen o.g.v. belangenafweging. 2. Bewijsklacht diefstal d.m.v. braak.

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 24 december 2020

    ECLI:NL:GHDHA:2020:2658
  2. Conclusie A-G · 22 november 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:1084
  3. Hoge Raad · 20 december 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:1909

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 20/04415

Datum 20 december 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 24 december 2020, nummer 22-001212-20, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. van Beest, advocaat te 's–Gravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 20 december 2022.