Strafrecht overig

Witwassen van bitcoins, art. 420bis.1.b Sr, medeplegen van hennepteelt, art. 3.B Opiumwet, opzettelijk…

Hoge Raad, 15 maart 2022

Zaakgegevens

Op 15 maart 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
15 maart 2022
Datum publicatie
11 maart 2022
Zaaknummer
20/04042
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:357
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Witwassen van bitcoins, art. 420bis.1.b Sr, medeplegen van hennepteelt, art. 3.B Opiumwet, opzettelijk aanwezig hebben amfetamine en cocaïne, art. 2.C Opiumwet en voorhanden hebben van gas/ alarmpistool, art. 26.1 Wet wapens en munitie. Klachten dat uit bewijsvoering niet blijkt dat bitcoins van enig misdrijf afkomstig zijn en dat t.a.v. medeplegen van hennepteelt niet blijkt dat sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking en van voldoende bijdrage van verdachte aan hennepteelt. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 20/04089 en 20/04200.

Procesgang

  1. Rechtbank Midden-Nederland · 3 april 2018

    ECLI:NL:RBMNE:2018:1184
  2. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 3 december 2020

    ECLI:NL:GHARL:2020:10097

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Conclusie A-G · 25 januari 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:51
  4. Hoge Raad · 15 maart 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:357

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 20/04042

Datum 15 maart 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 3 december 2020, nummer 21-002042-18, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M. Hoekzema, advocaat te Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 maart 2022.