Strafrecht overig

Als ambtenaar ontucht plegen met een persoon aan zijn waakzaamheid toevertrouwd (art. 249.2.1 Sr). Middelen…

Hoge Raad, 22 maart 2022

Zaakgegevens

Op 22 maart 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
22 maart 2022
Datum publicatie
21 maart 2022
Zaaknummer
20/03242
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:414
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Als ambtenaar ontucht plegen met een persoon aan zijn waakzaamheid toevertrouwd (art. 249.2.1 Sr). Middelen o.a. over “aan zijn waakzaamheid toevertrouwd”. HR: art. 81.1 RO, onder verwijzing naar HR:2022:413.

Procesgang

  1. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 1 oktober 2020

    ECLI:NL:GHARL:2020:7902
  2. Conclusie A-G · 1 februari 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:65
  3. Hoge Raad · 22 maart 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:414

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 20/03242

Datum 22 maart 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 1 oktober 2020, nummer 21-004221-15, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1971,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft W.H. Jebbink, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het - gelet wat betreft het tweede cassatiemiddel ook op het arrest dat de Hoge Raad vandaag heeft uitgesproken in de zaak 20/03103, ECLI:NL:HR:2022:413 - namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 maart 2022.