Strafrecht overig
Opzettelijk aanwezig hebben hennep, art. 3.C Opiumwet. Bewijsklachten. 1. Uit bewijsmiddelen kan niet volgen…
Hoge Raad, 14 juni 2022
ECLI:NL:HR:2022:699 · Hoge Raad · 14 juni 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2022-699
Zaakgegevens
Op 14 juni 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 14 juni 2022
- Datum publicatie
- 13 mei 2022
- Zaaknummer
- 20/02160
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2022:699
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Opzettelijk aanwezig hebben hennep, art. 3.C Opiumwet. Bewijsklachten. 1. Uit bewijsmiddelen kan niet volgen dat hennepplanten zich in machtssfeer verdachte bevonden. 2. Opzet verdachte op aanwezigheid hennepplanten.
HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 21/02159 P, 21/02169 (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, verdachte n-o) en 21/02170 P (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, betrokkene n-o).
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 19 april 2022
ECLI:NL:PHR:2022:554Hoge Raad · 14 juni 2022deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2022:699
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 20/02160
Datum 14 juni 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 6 juli 2020, nummer 23-004390-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 juni 2022.