Strafrecht overig

Jeugdzaak. Medeplegen diefstal met geweld en bedreiging met geweld op de openbare weg (art. 312.2 Sr)…

Hoge Raad, 14 juni 2022

Zaakgegevens

Op 14 juni 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14 juni 2022
Datum publicatie
13 mei 2022
Zaaknummer
21/01675
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:702
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Jeugdzaak. Medeplegen diefstal met geweld en bedreiging met geweld op de openbare weg (art. 312.2 Sr). Bewijsklachten. 1. Denaturering verklaring aangever. 2. Kan uit p-v van verhoor van aangever worden afgeleid dat aangever verdachte heeft herkend als persoon die hem klap heeft gegeven?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Den Haag · 1 april 2021

    ECLI:NL:GHDHA:2021:2858
  2. Hoge Raad · 14 juni 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:702

  3. Conclusie A-G · 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:364

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/01675 J

Datum 14 juni 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 1 april 2021, nummer 22-001151-20, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2003,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft E.R. Weening, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 juni 2022.