Strafrecht overig

Medeplegen van diefstal met geweld (art. 312 Sr) en medeplegen van zware mishandeling gepleegd met…

Hoge Raad, 17 mei 2022

Zaakgegevens

Op 17 mei 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
17 mei 2022
Datum publicatie
16 mei 2022
Zaaknummer
21/01495
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:708
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Medeplegen van diefstal met geweld (art. 312 Sr) en medeplegen van zware mishandeling gepleegd met voorbedachten rade (art. 303 Sr), door medegedetineerde in cel op gewelddadige wijze goederen afhandig te maken. Wekt straftoemeting verbazing, nu hof aansluiting heeft gezocht bij LOVS-oriëntatiepunten voor overval in woning? HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Rechtbank Noord-Nederland · 12 februari 2019

    ECLI:NL:RBNNE:2019:507
  2. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 31 maart 2021

    ECLI:NL:GHARL:2021:3110
  3. Conclusie A-G · 22 maart 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:268
  4. Hoge Raad · 17 mei 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:708

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/01495

Datum 17 mei 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 31 maart 2021, nummer 21-001026-19, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] in het jaar 1991,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 17 mei 2022.