Strafrecht overig
Opzetheling van een (gestolen) fiets, art 416.1.a Sr. 1. Motivering van het bewezenverklaarde opzet en…
Hoge Raad, 25 januari 2022
ECLI:NL:HR:2022:76 · Hoge Raad · 25 januari 2022
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2022-76
Zaakgegevens
Op 25 januari 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 25 januari 2022
- Datum publicatie
- 25 januari 2022
- Zaaknummer
- 21/00342
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2022:76
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Opzetheling van een (gestolen) fiets, art 416.1.a Sr. 1. Motivering van het bewezenverklaarde opzet en verwerping van een gevoerd opzetverweer. Wist verdachte t.t.v. voorhanden krijgen van fiets dat deze door misdrijf was verkregen? 2. Gebruik door hof voor bewijs van de als kennelijk leugenachtig aangemerkte verklaring van verdachte. HR: 81.1 RO.
Procesgang
Gerechtshof Amsterdam · 27 januari 2021
ECLI:NL:GHAMS:2021:4290Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 30 november 2021
ECLI:NL:PHR:2021:1119Hoge Raad · 25 januari 2022deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2022:76
Overig
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/00342
Datum 25 januari 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 27 januari 2021, nummer 23-001721-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft E. de Witte, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsvrouw heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 januari 2022.