Strafrecht overig

Oplichting, meermalen gepleegd (art. 326.1 Sr), in een authentieke akte een valse opgave doen opnemen (art…

Hoge Raad, 24 mei 2022

Zaakgegevens

Op 24 mei 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
24 mei 2022
Datum publicatie
24 mei 2022
Zaaknummer
20/00839
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:764
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Oplichting, meermalen gepleegd (art. 326.1 Sr), in een authentieke akte een valse opgave doen opnemen (art. 227.1 Sr) en daarvan opzettelijk gebruik maken, meermalen gepleegd (art. 227.2 Sr), en gewoontewitwassen (art. 420ter.1 Sr). 1. Bewijsklacht oplichting m.b.t. oogmerk van wederrechtelijke bevoordeling. 2. Bewijsklacht oplichting. Zijn aangevers door gedragingen verdachte bewogen tot afgifte geldbedrag? 3. Opzet op (door notaris) doen opnemen van een valse opgave in een authentieke akte.

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 19 april 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:362
  2. Hoge Raad · 24 mei 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:764

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 20/00839

Datum 24 mei 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 25 februari 2020, nummer 23-000249-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1955,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben A.J.C. Perdaems, advocaat te Breda, en A.C.M. Klaasse, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan volgens de vaste maatstaf, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De raadsvrouw Perdaems heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van achttien maanden.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

- vermindert deze in die zin dat deze zeventien maanden en een week beloopt;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. BroekhuizenMeuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 mei 2022.