Strafrecht overig

Faillissementsfraude. Feitelijk leidinggeven aan bedrieglijke bankbreuk begaan door rechtspersoon, meermalen…

Hoge Raad, 7 juni 2022

Zaakgegevens

Op 7 juni 2022 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
7 juni 2022
Datum publicatie
3 juni 2022
Zaaknummer
21/00348
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2022:837
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Faillissementsfraude. Feitelijk leidinggeven aan bedrieglijke bankbreuk begaan door rechtspersoon, meermalen gepleegd (art. 341.a.1 (oud) Sr) en medeplegen valsheid in geschrift, meermalen gepleegd (art. 225.1 Sr). 1. Afwijzing van ttz. in hoger beroep gedaan getuigenverzoek op de grond dat hof daartoe geen noodzaak aanwezig acht, nu getuigen in eerste aanleg bij RC in aanwezigheid van verdediging zijn gehoord. 2. Voldoet procedure in haar geheel aan het door art. 6 EVRM gewaarborgde recht op eerlijk proces? 3. Bewijsklachten medeplegen valsheid in geschrift. Oogmerk van misleiding en opzet op vervalsen?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 18 januari 2021

    ECLI:NL:GHSHE:2021:77
  2. Conclusie A-G · 12 april 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:358
  3. Hoge Raad · 7 juni 2022deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2022:837

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/00348

Datum 7 juni 2022

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 18 januari 2021, nummer 20-002244-15, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 juni 2022.