Strafrecht overig

Caribische zaak. Medeplegen moord in Curaçao (art. 2:262 SrC) en medeplegen voorhanden hebben van vuurwapens…

Hoge Raad, 4 juli 2023

Zaakgegevens

Op 4 juli 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
4 juli 2023
Datum publicatie
5 juli 2023
Zaaknummer
22/02375
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:1042
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Caribische zaak. Medeplegen moord in Curaçao (art. 2:262 SrC) en medeplegen voorhanden hebben van vuurwapens (art. 3.1 Vuurwapenverordening 1930). 1. Bewijsklacht voorbedachte raad. 2. Verweer m.b.t. betrouwbaarheid verklaringen getuige. Mocht Hof bij zijn oordeel over betrouwbaarheid van verklaringen van getuige betrekken dat getuige inmiddels onherroepelijk is veroordeeld wegens meineed?

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 22/02374 C (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, verdachte n-o) en 22/02375 C.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 23 mei 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:522
  2. Hoge Raad · 4 juli 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:1042

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/02375 C

Datum 4 juli 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een vonnis van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba van 11 november 2021, nummer H 113/20, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar alleen voor wat betreft de strafoplegging, tot vermindering van de opgelegde straf, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De verdachte bevindt zich in voorlopige hechtenis. De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf voor de duur van twintig jaren.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

- vermindert deze in die zin dat deze negentien jaren en negen maanden beloopt;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 juli 2023.