Strafrecht overig

Voorhanden hebben van boksbeugel (art. 13.1 WWM). 1. Onvolkomenheid bij beëdiging van één of meer raadsheren…

Hoge Raad, 3 oktober 2023

Zaakgegevens

Op 3 oktober 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
3 oktober 2023
Datum publicatie
28 september 2023
Zaaknummer
21/05359
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:1348
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Voorhanden hebben van boksbeugel (art. 13.1 WWM). 1. Onvolkomenheid bij beëdiging van één of meer raadsheren van hof ’s-Hertogenbosch die uitspraak hebben gewezen, art. 5.2 en 6.2 Wet RO. 2. Kan het voorwerp dat verdachte voorhanden had worden aangemerkt als boksbeugel i.d.z.v. art. 2.1 cat. I onder 3 WWM? HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 12 september 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:694
  2. Hoge Raad · 3 oktober 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:1348

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/05359

Datum 3 oktober 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 22 december 2021, nummer 20-002490-20, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, S. van den Akker en M.J. van Berlo, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 oktober 2023.