Strafrecht overig
Vervolgingsuitlevering opgeëiste persoon (Oekraïense nationaliteit) naar Verenigde Staten t.z.v. deelname aan…
Hoge Raad, 10 januari 2023
ECLI:NL:HR:2023:14 · Hoge Raad · 10 januari 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2023-14
Zaakgegevens
Op 10 januari 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 10 januari 2023
- Datum publicatie
- 9 januari 2023
- Zaaknummer
- 22/03569
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2023:14
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Vervolgingsuitlevering opgeëiste persoon (Oekraïense nationaliteit) naar Verenigde Staten t.z.v. deelname aan criminele organisatie, computervredebreuk, wederrechtelijk overnemen van gegevens, witwassen en diefstal d.m.v. valse sleutels door het ontwikkelen, aanbieden en verkopen van malware in VS en andere landen. Ongenoegzaamheid van stukken, art. 9.2.b, 9.2.e en 9.3.b Uitleveringsverdrag Nederland-VS. 1. Is bij uitleveringsverzoek voldoende bewijsmateriaal gevoegd? 2. Is bij uitleveringsverzoek uiteenzetting van feiten (met inbegrip van tijdstip waarop en plaats waar misdrijven zijn gepleegd) gevoegd? 3. Zijn bij uitleveringsverzoek wetsbepalingen houdende toekenning van rechtsmacht (v.zv. feiten buiten grondgebied van VS zijn gepleegd) gevoegd?
HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 20 december 2022
ECLI:NL:PHR:2022:1211Hoge Raad · 10 januari 2023deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2023:14
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/03569 U
Datum 10 januari 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 14 september 2022, nummer [001] , op verzoek van de Verenigde Staten van Amerika tot uitlevering
van
[opgeëiste persoon] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,
hierna: de opgeëiste persoon.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft N. van Schaik, advocaat te Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de opgeëiste persoon heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 januari 2023.