Strafrecht overig
Beklag, beslag ex art. 94a.3 Sv op geldbedrag onder klager t.z.v. verdenking van medeplegen van…
Hoge Raad, 7 februari 2023
ECLI:NL:HR:2023:15 · Hoge Raad · 7 februari 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2023-15
Zaakgegevens
Op 7 februari 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 7 februari 2023
- Datum publicatie
- 9 januari 2023
- Zaaknummer
- 21/04002
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2023:15
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beklag, beslag ex art. 94a.3 Sv op geldbedrag onder klager t.z.v. verdenking van medeplegen van moord/doodslag. 1. Heeft behandeling in raadkamer in het openbaar plaatsgevonden? Art. 552a.7 Sv. 2. Leidt ontbreken van p-v van uitspraak van bestreden beschikking tot nietigheid? Art. 25 Sv. 3. Kon Rb oordelen dat het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat later oordelende strafrechter aan klager een schadevergoedingsmaatregel a.b.i. art. 36f Sr zal opleggen, in het licht van door raadsman gevoerd verweer dat geen sprake is van een vordering tot schadevergoeding noch van enige aanwijzing dat een dergelijke vordering zal worden ingediend?
HR: art. 81.1 RO. CAG gaat in op ontvankelijkheid van cassatieberoep, nu cassatieberoep is ingesteld vóórdat termijn van art. 552d.2 Sv is aangevangen.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 13 december 2022
ECLI:NL:PHR:2022:1142Hoge Raad · 7 februari 2023deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2023:15
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/04002 B
Datum 7 februari 2023
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam van 29 juni 2021, nummer RK 21/003510, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1989,
hierna: de klager.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft Th.J. Kelder, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 februari 2023.