Strafrecht overig
Beklag, beslag ex art. 94a Sv op 3 panden, 2 auto’s, kentekenbewijs en “moving intelligence-kaart” behorende…
Hoge Raad, 7 november 2023
ECLI:NL:HR:2023:1523 · Hoge Raad · 7 november 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2023-1523
Zaakgegevens
Op 7 november 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 7 november 2023
- Datum publicatie
- 6 november 2023
- Zaaknummer
- 22/04259 B
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2023:1523
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Beklag, beslag ex art. 94a Sv op 3 panden, 2 auto’s, kentekenbewijs en “moving intelligence-kaart” behorende bij één van de auto’s, en 17 horloges onder klager t.z.v. verdenking van o.m. witwassen, deelname aan criminele organisatie, valsheid in geschrift en voorhanden hebben van valse reisdocumenten/identiteitsbewijzen. Had Rb gelet op hetgeen namens klager is aangevoerd (wanverhouding tussen waarde van inbeslaggenomen voorwerpen en hoogte van w.v.v.) moeten onderzoeken of voortzetting van beslag in overeenstemming is met eisen van proportionaliteit en subsidiariteit?
HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 22/04263 B (niet gepubliceerd; art. 80a RO).
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 19 september 2023
ECLI:NL:PHR:2023:695Hoge Raad · 7 november 2023deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2023:1523
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/04259 B
Datum 7 november 2023
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 18 februari 2022, nummer RK 21/006148, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960,
hierna: de klager.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft P.G. Grijpstra, advocaat te Breda, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van het cassatiemiddel
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren T. Kooijmans en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 november 2023.