Strafrecht overig

Hypotheekfraude. (Medeplegen) valsheid in geschrift, meermalen gepleegd (art. 225.1 Sr) en medeplegen…

Hoge Raad, 14 november 2023

Zaakgegevens

Op 14 november 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
14 november 2023
Datum publicatie
9 november 2023
Zaaknummer
22/00021
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:1548
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Hypotheekfraude. (Medeplegen) valsheid in geschrift, meermalen gepleegd (art. 225.1 Sr) en medeplegen oplichting, meermalen gepleegd (art. 326.1 Sr). 1. Omvang terugwijzingsopdracht na cassatie. Kon hof de na terugwijzingsopdracht HR gedane getuigenverzoeken afwijzen? 2. Bewijsklachten (mede)plegen van oplichting. 3. Bewijsklachten medeplegen oplichting en uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat kredietcrisis oorzaak was van feit dat projectontwikkelaars verlies hebben geleden en/of eventuele door verdachte gedane toezeggingen zich niet hebben gerealiseerd, art. 359.2 Sv. 4. Strafmotivering (gevangenisstraf van 10 maanden). Uos t.a.v. detentieongeschiktheid, art. 359.2 Sv. 5. Heeft hof verzuimd beslissing te nemen m.b.t. beslag?

HR: art. 81.1 RO. Vervolg op HR:2016:2590.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 26 september 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:840
  2. Hoge Raad · 14 november 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:1548

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/00021

Datum 14 november 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 december 2021, nummer 21-000273-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1946,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest, doch uitsluitend wat betreft de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van het eerste tot en met het vijfde cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beoordeling van het zesde cassatiemiddel

3.1

Het cassatiemiddel klaagt dat in de cassatiefase de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden omdat de stukken te laat door het hof zijn ingezonden.

3.2

Het cassatiemiddel is gegrond. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van tien maanden.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

- vermindert deze in die zin dat deze negen maanden en twee weken beloopt;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. BroekhuizenMeuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 november 2023.