Strafrecht overig

Medeplegen afpersing, meermalen gepleegd (art. 317.3 jo. 312.2.2 Sr) en medeplegen oplichting, meermalen…

Hoge Raad, 21 november 2023

Zaakgegevens

Op 21 november 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
21 november 2023
Datum publicatie
16 november 2023
Zaaknummer
21/04441
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:1601
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Medeplegen afpersing, meermalen gepleegd (art. 317.3 jo. 312.2.2 Sr) en medeplegen oplichting, meermalen gepleegd (art. 326.1 Sr) . 1. Bewijsklachten. Is bewijsvoering redengevend voor bewijsoordeel en leveren bewezenverklaarde feiten en omstandigheden “bedreiging met geweld” op? 2. Verbeurdverklaring auto, art. 33a.1.c Sr. Kon hof auto verbeurd verklaren?

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 21/05353 (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, verdachte n-o).

Procesgang

  1. Rechtbank Gelderland · 10 mei 2019

    ECLI:NL:RBGEL:2019:2144
  2. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden · 12 oktober 2021

    ECLI:NL:GHARL:2021:9526

    (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan

  3. Conclusie A-G · 31 oktober 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:977
  4. Hoge Raad · 21 november 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:1601

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/04441

Datum 21 november 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 12 oktober 2021, nummer 21-002788-19, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend wat betreft de opgelegde straf, tot vermindering van het onvoorwaardelijke gedeelte van de opgelegde gevangenisstraf aan de hand van de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

De raadsvrouw van de verdachte en D.W.E. Sternfeld, advocaat te Amsterdam, hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de beperkte mate van overschrijding van de redelijke termijn volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.

4 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 november 2023.