Strafrecht overig
Medeplegen valsheid in geschrift door rechtspersoon, meermalen gepleegd (art. 225.1 Sr) en medeplegen…
Hoge Raad, 5 december 2023
ECLI:NL:HR:2023:1618 · Hoge Raad · 5 december 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2023-1618
Zaakgegevens
Op 5 december 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 5 december 2023
- Datum publicatie
- 22 november 2023
- Zaaknummer
- 22/00249
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2023:1618
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Medeplegen valsheid in geschrift door rechtspersoon, meermalen gepleegd (art. 225.1 Sr) en medeplegen gewoontewitwassen van geldbedragen door rechtspersoon (art. 420ter.1 jo. 420bis.1.a en 420bis.1.b Sr). 1. Bewijsklacht valsheid in geschrift. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt t.a.v. ontbreken van oogmerk geschriften als echt en onvervalst te (doen) gebruiken, art. 359.2 Sv. 2. Bewijsklacht witwassen.
HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 22/00248, 22/00250 en 22/00251.
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 17 oktober 2023
ECLI:NL:PHR:2023:920Hoge Raad · 5 december 2023deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2023:1618
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 22/00249
Datum 5 december 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 13 januari 2022, nummer 23-000525-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
gevestigd te [vestigingsplaats],
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft W. de Vries, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De plaatsvervangend advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 december 2023.