Strafrecht overig

Ontucht met twee meisjes tussen 12 en 16 jaar door 40-jarige dansleraar, meermalen gepleegd (art. 245 Sr). 1…

Hoge Raad, 5 december 2023

Zaakgegevens

Op 5 december 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
5 december 2023
Datum publicatie
22 november 2023
Zaaknummer
22/03465
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:1621
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Ontucht met twee meisjes tussen 12 en 16 jaar door 40-jarige dansleraar, meermalen gepleegd (art. 245 Sr). 1. Schakelbewijs en bewijsminimum, art. 342.2 Sv (unus testis). Vinden verklaringen van aangeefsters voldoende steun in ander bewijsmateriaal? 2. Motivering beroepsverbod (verbod op geven van dansles aan alle minderjarigen), art. 251.2 Sr. Is opgelegde bijkomende straf proportioneel?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 19 september 2022

    ECLI:NL:GHAMS:2022:2701
  2. Conclusie A-G · 17 oktober 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:932
  3. Hoge Raad · 5 december 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:1621

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/03465

Datum 5 december 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 19 september 2022, nummer 23-000548-19, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

Namens de verdachte hebben J. Kuijper en D.W.E. Sternfeld, beiden advocaat te Amsterdam, daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 december 2023.