Strafrecht overig

Vervolgingsuitlevering van opgeëiste persoon (Afghaanse nationaliteit) naar Verenigde Staten t.z.v. deelname…

Hoge Raad, 6 juni 2023

Zaakgegevens

Op 6 juni 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
6 juni 2023
Datum publicatie
23 november 2023
Zaaknummer
23/00152
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:1624
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Vervolgingsuitlevering van opgeëiste persoon (Afghaanse nationaliteit) naar Verenigde Staten t.z.v. deelname aan criminele organisatie. 1. Onvoldoende duidelijke vermelding feiten, art. 28.3 UW. 2. Dubbele strafbaarheid. Valt feit, dat naar Amerikaans recht is gekwalificeerd als “racketeering conspiracy”, onder bereik van art. 140 Sr?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 9 mei 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:472
  2. Hoge Raad · 6 juni 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:1624

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 23/00152 U

Datum 6 juni 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland van 16 december 2022, nummer […], op verzoek van de autoriteiten van de Verenigde Staten van Amerika tot uitlevering

van

[opgeëiste persoon],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,

hierna: de opgeëiste persoon.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze hebben Th.O.M. Dieben en G.A. Jansen-de Wolf, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadslieden van de opgeëiste persoon hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 juni 2023.