Strafrecht overig

Deelneming aan criminele organisatie (art. 11b Opiumwet). 1. Onvolkomenheid bij beëdiging van één of meer…

Hoge Raad, 5 december 2023

Zaakgegevens

Op 5 december 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
5 december 2023
Datum publicatie
24 november 2023
Zaaknummer
22/00239
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:1649
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Deelneming aan criminele organisatie (art. 11b Opiumwet). 1. Onvolkomenheid bij beëdiging van één of meer raadsheren van hof ’s-Hertogenbosch die uitspraak hebben gewezen, art. 5.2 en 6.2 Wet RO. 2. Bewijsklacht. Zijn omstandigheid dat verdachte zijn auto ter beschikking heeft gesteld aan medeverdachte en omstandigheid dat verdachte behulpzaam is geweest bij ontmantelen van hennepkwekerij, redengevend voor bewijs dat verdachte heeft deelgenomen aan organisatie a.b.i. art. 11b Opiumwet?

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 22/00309 en 22/00284.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 17 januari 2022

    ECLI:NL:GHSHE:2022:2121
  2. Conclusie A-G · 17 oktober 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:925
  3. Hoge Raad · 5 december 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:1649

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/00239

Datum 5 december 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 17 januari 2022, nummer 20-000093-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, S. van den Akker en M.J. van Berlo, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De plaatsvervangend advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 december 2023.