Strafrecht overig

Voorhanden hebben van vuurwapen onder bed in slaapkamer van haar woning (art. 26.1 WWM). 1. Bewijsklacht…

Hoge Raad, 12 december 2023

Zaakgegevens

Op 12 december 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12 december 2023
Datum publicatie
4 december 2023
Zaaknummer
22/01559
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:1693
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Voorhanden hebben van vuurwapen onder bed in slaapkamer van haar woning (art. 26.1 WWM). 1. Bewijsklacht m.b.t. voorhanden hebben. Kon hof oordelen dat verdachte beschikkingsmacht heeft gehad over vuurwapen in afgesloten koffer, nu verdachte niet beschikte over sleutel en cijfercode? 2. Strafmotivering (gevangenisstraf van 6 weken). Heeft hof de strafoplegging voldoende toereikend gemotiveerd in het licht van gevoerd straftoemetingsverweer (verzoek om geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen maar taakstraf, gelet op persoonlijke omstandigheden van verdachte)?

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 21/03928.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 31 oktober 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:948
  2. Hoge Raad · 12 december 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:1693

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/01559

Datum 12 december 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 20 april 2022, nummer 21-002698-21, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft V.P.J. Tuma, advocaat te Amersfoort, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. BroekhuizenMeuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 december 2023.