Strafrecht overig

Medeplegen invoer van heroïne vanuit Madagaskar, art. 2.A Opiumwet. 1. Bewijsklacht. Kan uit bewijsvoering…

Hoge Raad, 10 januari 2023

Zaakgegevens

Op 10 januari 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
10 januari 2023
Datum publicatie
10 januari 2023
Zaaknummer
21/00605
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:17
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Medeplegen invoer van heroïne vanuit Madagaskar, art. 2.A Opiumwet. 1. Bewijsklacht. Kan uit bewijsvoering volgen dat koerier (al dan niet met heroïne) op Schiphol is teruggekeerd?

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 21/00646 (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, verdachte n-o).

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 11 februari 2021

    ECLI:NL:GHAMS:2021:327
  2. Conclusie A-G · 15 november 2022

    ECLI:NL:PHR:2022:1016
  3. Hoge Raad · 10 januari 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:17

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/00605

Datum 10 januari 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 11 februari 2021, nummer 23-004035-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1977,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 januari 2023.