Strafrecht overig

Voorhanden hebben van meerdere vuurwapens (Uzi-machinegeweer, pistool en geweer) en grote hoeveelheid…

Hoge Raad, 12 december 2023

Zaakgegevens

Op 12 december 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
12 december 2023
Datum publicatie
7 december 2023
Zaaknummer
21/03928
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:1723
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Voorhanden hebben van meerdere vuurwapens (Uzi-machinegeweer, pistool en geweer) en grote hoeveelheid patronen in zijn woning (art. 26.1 WWM) en hennepteelt (art. 3.B Opiumwet).

Strafmotivering (gevangenisstraf van 15 maanden). Heeft hof voldoende begrijpelijk gerespondeerd op uitdrukkelijk onderbouwd standpunt m.b.t. strafoplegging (verzoek om te volstaan met onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan reeds ondergane voorlopige hechtenis in combinatie met voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf, gelet op persoonlijke omstandigheden van verdachte)?

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 22/01559.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 31 oktober 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:946
  2. Hoge Raad · 12 december 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:1723

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/03928

Datum 12 december 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 september 2021, nummer 21-002588-20, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1985,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft V.P.J. Tuma, advocaat te Amersfoort, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf wegens de geconstateerde inbreuk op het in artikel 6 EVRM gegarandeerde recht om binnen een redelijke termijn te worden berecht en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van vijftien maanden.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

- vermindert deze in die zin dat deze veertien maanden en twee weken beloopt;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren C. Caminada en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 december 2023.