Strafrecht overig

Diefstal van oorbel (art. 310 Sr). Middelen over 1. oordeel hof dat aan vormverzuim geen rechtsgevolgen…

Hoge Raad, 19 december 2023

Zaakgegevens

Op 19 december 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19 december 2023
Datum publicatie
7 december 2023
Zaaknummer
22/00434
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:1729
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Diefstal van oorbel (art. 310 Sr). Middelen over 1. oordeel hof dat aan vormverzuim geen rechtsgevolgen hoeven te worden verbonden; 2. werkwijze hof waarbij in p-v ttz. in h.b. voor inhoud gevoerd verweer wordt verwezen naar later opgemaakte arrest en 3. bewijsvoering.

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 22/00436 en 22/00451.

Procesgang

  1. Gerechtshof Amsterdam · 8 februari 2022

    ECLI:NL:GHAMS:2022:491
  2. Conclusie A-G · 17 oktober 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:928
  3. Hoge Raad · 19 december 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:1729

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 22/00434

Datum 19 december 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 8 februari 2022, nummer 23-004476-16, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft Y. Moszkowicz, advocaat te Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De plaatsvervangend advocaat-generaal M.E. van Wees heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 december 2023.