Strafrecht overig
Poging tot doodslag (art. 287 Sr) en poging tot zware mishandeling, meermalen gepleegd door met snelheid van…
Hoge Raad, 19 december 2023
ECLI:NL:HR:2023:1757 · Hoge Raad · 19 december 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2023-1757
Zaakgegevens
Op 19 december 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 19 december 2023
- Datum publicatie
- 15 december 2023
- Zaaknummer
- 21/05005
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2023:1757
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Poging tot doodslag (art. 287 Sr) en poging tot zware mishandeling, meermalen gepleegd door met snelheid van ongeveer 41 km per uur met grote zware auto op anderen in te rijden (art. 302.1 Sr). 1. Bewijsklacht poging tot doodslag t.a.v. opzet. Heeft verdachte de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij aangever dodelijk zou kunnen raken? 2. Beroep op noodweerexces. Heeft hof de verwerping van beroep op noodweerexces toereikend gemotiveerd? 3. Meerdaadse samenloop poging tot doodslag en poging tot zware mishandeling a.b.i. art. 57 Sr?
HR: art. 81.1 RO.
Procesgang
Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 24 november 2021
ECLI:NL:GHSHE:2021:4410Hoge Raad · 19 december 2023deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2023:1757
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/05005
Datum 19 december 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 24 november 2021, nummer 20-000463-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, S. van den Akker en M.J. van Berlo, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. In het licht van de beperkte mate van overschrijding van de redelijke termijn volstaat de Hoge Raad met het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden, en is er geen aanleiding om aan dat oordeel enig ander rechtsgevolg te verbinden.
4 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en C.N. Dalebout, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 december 2023.