Strafrecht overig

Medeplegen opzettelijk vervaardigen amfetamine (art. 2.D Opiumwet) en medeplegen voorbereidings- en…

Hoge Raad, 19 december 2023

Zaakgegevens

Op 19 december 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
19 december 2023
Datum publicatie
15 december 2023
Zaaknummer
21/04000
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:1761
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Medeplegen opzettelijk vervaardigen amfetamine (art. 2.D Opiumwet) en medeplegen voorbereidings- en bevorderingshandelingen m.b.t. productie amfetamine (art. 10a.1.3 jo. 10.4 Opiumwet). Bewijsklachten, Post-Keskin. Gebruik voor bewijs van verklaring medeverdachte en 3 getuigen (verbalisanten) alsmede ondervragingsrecht t.a.v. deze getuigen.

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 21/03968 21/03974 en 21/03987 (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, verdachte n-o).

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 17 september 2021

    ECLI:NL:GHSHE:2021:2881
  2. Conclusie A-G · 14 november 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:1022
  3. Hoge Raad · 19 december 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:1761

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/04000

Datum 19 december 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 17 september 2021, nummer 20-001355-17, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en S. van den Akker, beiden advocaat te Rotterdam, en P. van Dongen, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend wat de hoogte van de opgelegde gevangenisstraf betreft, tot vermindering daarvan naar de gebruikelijke maatstaf en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 lid 1 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van 34 maanden.

4 Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;

- vermindert deze in die zin dat deze 33 maanden beloopt;

- verwerpt het beroep voor het overige.

Dit arrest is gewezen door de vice-president M.J. Borgers als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 december 2023.