Strafrecht overig

Medeplegen in voorraad hebben van vervalste merkkleding, art. 337.1 Sr. Bewijsklacht. Volgt uit bewijsvoering…

Hoge Raad, 7 maart 2023

Zaakgegevens

Op 7 maart 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
7 maart 2023
Datum publicatie
20 februari 2023
Zaaknummer
21/03989
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:268
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Medeplegen in voorraad hebben van vervalste merkkleding, art. 337.1 Sr. Bewijsklacht. Volgt uit bewijsvoering dat verdachte wetenschap had van valsheid van aangetroffen goederen en dat hij beschikkingsmacht over die goederen had?

HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 21/03988.

Procesgang

  1. Gerechtshof 's-Hertogenbosch · 10 september 2021

    ECLI:NL:GHSHE:2021:3051
  2. Conclusie A-G · 17 januari 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:20
  3. Hoge Raad · 7 maart 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:268

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/03989

Datum 7 maart 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 10 september 2021, nummer 20-002692-19, in de strafzaak

tegen

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A.B.E. van Kan, advocaat te Heerlen, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2 Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 maart 2023.