Strafrecht overig
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. vernieling (art. 350.1 Sr). 1. Betekening dagvaarding in hoger beroep…
Hoge Raad, 7 maart 2023
ECLI:NL:HR:2023:270 · Hoge Raad · 7 maart 2023
https://www.uitspraken.nl/uitspraak/hoge-raad/strafrecht/strafrecht-overig/artikel-81-ro-zaken/ecli-nl-hr-2023-270
Zaakgegevens
Op 7 maart 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.
- Instantie
- Hoge RaadHoge RaadDe hoogste rechter van Nederland in civiele zaken, strafzaken en belastingzaken. Hij beoordeelt zaken in cassatie.Meer uitleg
- Datum uitspraak
- 7 maart 2023
- Datum publicatie
- 21 februari 2023
- Zaaknummer
- 21/03745
- Rechtsgebied
- Strafrecht » Strafrecht overig
- Procedure
- Artikel 81 RO-zakenArtikel 81 RODe Hoge Raad verwerpt een cassatieklacht met een verkorte motivering, omdat die klacht niet kan slagen en geen belangrijke rechtsvraag opwerpt.Meer uitleg
- ECLI
- ECLI:NL:HR:2023:270
Inhoud van deze uitspraak
Samenvatting
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. vernieling (art. 350.1 Sr). 1. Betekening dagvaarding in hoger beroep, art. 36e.2.e Sv. Heeft geen uitreiking aan BRP-adres kunnen plaatsvinden en voldoet akte aan eisen van art. 36h.3 Sv? 2. Geen afschrift dagvaarding in h.b. verzonden naar raadsman van verdachte, art. 48 Sv. Kan schriftelijke bijzondere volmacht tot instellen h.b. van advocaat aan griffie Rb worden aangemerkt als stelbrief in h.b.?
HR: art. 81.1 RO. CAG gaat in op ontvankelijkheid van cassatieberoep (art. 432.2 Sv).
Procesgang
Conclusie A-GConclusie A-GEen onafhankelijk advies aan de Hoge Raad over hoe de zaak beslist moet worden. De Hoge Raad hoeft dat advies niet te volgen.Meer uitleg · 17 januari 2023
ECLI:NL:PHR:2023:59Hoge Raad · 7 maart 2023deze uitspraak
ECLI:NL:HR:2023:270
Uitspraak
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 21/03745
Datum 7 maart 2023
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 12 augustus 2021, nummer 22-001510-21, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1972,
hierna: de verdachte.
1 Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft H. Bakker, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
2 Beoordeling van de cassatiemiddelen
De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3 Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren J.C.A.M. Claassens en T. Kooijmans, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 maart 2023.