Strafrecht overig

Belediging van buitengewoon opsporingsambtenaar in stationshal, art. 266.1 jo. 267.2 Sr. 1. Bewijsklacht…

Hoge Raad, 21 februari 2023

Zaakgegevens

Op 21 februari 2023 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een zaak over strafrecht.

Instantie
Hoge Raad
Datum uitspraak
21 februari 2023
Datum publicatie
22 februari 2023
Zaaknummer
21/03131
Procedure
Artikel 81 RO-zaken
ECLI
ECLI:NL:HR:2023:274
E-mail
Inhoud van deze uitspraak

Samenvatting

Belediging van buitengewoon opsporingsambtenaar in stationshal, art. 266.1 jo. 267.2 Sr. 1. Bewijsklacht opzet. Heeft hof toereikend gemotiveerd beslist op verweer t.a.v. opzet op belediging? 2. Strafmotivering (voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 dagen) en uitdrukkelijk onderbouwd standpunt, art. 359.2 Sv. Heeft hof (door vonnis Pr in zoverre “kaal” te bevestigen) strafoplegging toereikend gemotiveerd in het licht van gevoerd straftoemetingsverweer (verzoek te volstaan met art. 9a Sr dan wel voorwaardelijke geldboete of taakstraf)?

HR: art. 81.1 RO.

Procesgang

  1. Conclusie A-G · 10 januari 2023

    ECLI:NL:PHR:2023:41
  2. Hoge Raad · 21 februari 2023deze uitspraak

    ECLI:NL:HR:2023:274

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/03131

Datum 21 februari 2023

ARREST

op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 juli 2021, nummer 21-006519-19, in de strafzaak

tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1980,

hierna: de verdachte.

1 Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft S.C. van Paridon, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2 Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 februari 2023 .